Duurzame verhuurders van woonruimte in de knel

Juridisch nieuws
Door: 

Ivette is samen met Nathalie Amiel (Houthoff) auteur voor de rubriek ‘huurrecht’ van mr-online. Bent u geïnteresseerd in hun bijdrage? Mr. website voor juristen.

Verhuurders worden gestimuleerd om te investeren in woningverduurzaming. De Hoge Raad heeft recent geoordeeld dat niet alle hiermee gepaard gaande kosten als servicekosten kunnen worden doorbelast.

Een duurzame manier om woonruimte te verwarmen, is het gebruik van een WKO-installatie, zodat huurders niet afhankelijk zijn van gas. WKO-installaties zijn duur in aanschaf en onderhoud, terwijl er (relatief) lage energiekosten mee gemoeid zijn. De kosten zitten daarom vooral in kapitaal- en onderhoudskosten.
Een verhuurder van appartementen in twee woontorens bracht deze kosten als servicekosten in rekening bij de huurders. Belangrijk gegeven: de woontoren en de WKO-installatie (inclusief afleverset) waren in constructief opzicht specifiek op elkaar afgestemd; de appartementen konden niet op een andere manier worden verwarmd. Zonder die installatie was het gebouw ‘onvoltooid’.

De Hoge Raad overweegt in het arrest van 21 januari 2022 dat deze kosten niet apart mogen worden doorbelast; deze kosten moeten namelijk in de kale huurprijs worden verdisconteerd. Dit volgt ook uit de wet. Volgens artikel 7:237 lid 2 BW is de (kale) huurprijs: “de prijs die is verschuldigd voor het enkele gebruik van de woonruimte.” Volgens artikel 7:233 BW behoren tot de woonruimte ook de zogeheten ‘onroerende aanhorigheden’: voorzieningen die onlosmakelijk zijn verbonden met de gehuurde woonruimte. De Hoge Raad bevestigt dat de WKO-installatie in dit geval een dergelijke onroerende aanhorigheid is, nu de installatie onroerend is, fysiek verbonden is met het gehuurde en naar haar aard behoort tot het gebruikelijke uitrustingsniveau van elk appartement in het gebouw meer lezen...

Duurzame verhuurders van woonruimte in de knel