Voorwaardelijkheid in rechterlijke uitspraken en het effect van het uitdrukkelijk van toepassing verklaren van het 290-regime op een 230a-overeenkomst, TvHB 2018/6

Publicaties

Op 11 oktober 2018 jl. heeft de conferentie ‘Huurrecht actualiteiten, van Privacy tot Blockchain‘ plaatsgevonden in kasteel De Wittenburg te Wassenaar. Deze conferentie was georganiseerd door de redactie en uitgever van het Tijdschrift voor Huurrecht Bedrijfsruimte. Ter gelegenheid van die conferentie vond een aantal workshops plaats. Een van de workshops had betrekking op de beëindiging van huurovereenkomsten en werd verzorgd door Ivette Mol en Arnout van der Hilst. Zij schreven naar aanleiding van deze workshop een artikel, dat is gepubliceerd in de laatste uitgave van 2018 van het Tijdschrift voor Huurrecht bedrijfsruimte.

Met dank aan de input van de ruim veertig actieve deelnemers (verdeeld over twee sessies) deden zij enkele belangwekkende inzichten op. Net als in de workshop, gaan zij in dit artikel in op twee onderwerpen: (i) de voorwaardelijkheid in huurrechtelijke uitspraken en (ii) de (rechts)gevolgen van het uitdrukkelijk van toepassing verklaren van het regime van 7:290 e.v. BW op een huurovereenkomst die (op zichzelf beschouwd) onder het regime van 7:230a BW valt. Het tweede onderdeel is tijdens de workshop aan de orde gekomen door middel van de behandeling van een casus.

Bekijk artikel (pdf)